Jeugdwet, Praktijkvoorbeelden|

Het verschil maken voor jeugdigen en gezinnen. Dat is het doel van de gemeente Helmond en partnergemeenten op het gebied van jeugdhulp. Dat vergt maatwerk bij het inkopen en aanbesteden. De ene keer is bestuurlijk aanbesteden de oplossing, de andere keer een vast contract met een select groepje aanbieders. Zorgaanbieders zijn blij met deze aanpak, vertelt Hind Darid, projectleider inkoopsamenwerking sociaal domein van de regio Helmond, Dommelvallei+ en Peelgemeenten. “Ze voelen zich door ons gehoord.”

Een goede samenwerking is de sleutel tot goede jeugdhulp, weet Darid. Dat geldt voor zowel de samenwerking met zorgaanbieders als met partnergemeenten. Binnen de regio Helmond wordt er met tien gemeenten samengewerkt bij het inkopen van jeugdhulp. Dat zijn de vijf Peelgemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek en Someren, aangevuld met de vier Dommelvallei+-gemeenten Nuenen, Son en Breugel, Waalre en Geldrop-Mierlo en de gemeente Helmond.

“Elk segment vraagt om een andere aanpak”

Samenwerking
Op dit moment wordt de jeugdhulp nog aangeboden via bestuurlijk aanbesteden, een inkoopmethodiek die wordt gekenmerkt door voortdurend overleg tussen gemeente en aanbieders. In de regionale inkoopstrategie zijn de bestuurlijke uitgangspunten om het verschil te maken voor jeugdigen en gezinnen, vertaald in vier pijlers: passende hulp, tijdigheid, kwaliteit en betaalbaarheid. Die worden uitgewerkt in vijf segmenten. Vanaf volgend jaar zal de uitvoering er bij twee segmenten anders uit komen te zien: nog meer maatwerk en integraal werken. “Dat heeft te maken met wat je wilt bereiken. Elk segment vraagt om een andere aanpak. Bij het eerste segment, de complexe zorg waarbij voor cliënten op meerdere leefdomeinen veel aan de hand is, heb je te maken met een heel andere doelgroep dan bij bijvoorbeeld het tweede segment: wonen, woonvormen als pleegzorg en woongroepen. Daar wil je kinderen vooral zo snel mogelijk op de juiste plek krijgen”, aldus Darid. Dat vergt een ander soort samenwerking met zorgaanbieders. “Bij het eerste segment heb je commitment nodig van elkaar. Je wilt samenwerken met een beperkt aantal aanbieders, want je wilt een langdurige relatie opbouwen. Dan moet je dus af van het bestuurlijk aanbesteden, waar tussentijds steeds nieuwe aanbieders kunnen instromen.” Bij het tweede segment is het juist belangrijk om flexibel te kunnen blijven, vertelt Darid. “Je wilt meer woonaanbod, dus je wilt dat er nieuwe aanbieders bij kunnen komen. Maar aan de andere kant willen we met een aantal ontwikkelpartners wel blijvend investeren in verschillende woonvormen, zoals gezinshuizen, kamertrainingen en de begeleiding naar zelfstandig wonen. Dat maakt dat we gedeeltelijk bestuurlijk aanbesteden, en gedeeltelijk werken met vaste contracten.”

“Volgens een aanbieder was het echt een verademing om bij ons te komen”

Rekening houden met elkaar
Welke contractvorm er ook wordt gekozen, het vergt altijd een continu dialoog tussen de verschillende partijen. Ieder met zijn eigen belangen en zorgen. Tekorten op het sociaal domein voor de gemeente, tarieven en administratieve lasten voor de zorgaanbieders. “We proberen zoveel mogelijk rekening te houden met elkaar”, aldus Darid. En dat loont. “Ik moet eerlijk zeggen dat we vooral complimenten krijgen van zorgaanbieders over hoe we met ze samenwerken, ze voelen zich door ons gehoord. Ze snappen onze positie, en wij die van hen. We zijn het niet altijd eens, maar dat hoeft ook niet. We proberen altijd een evenwicht te vinden zodat alle partijen voldoende tevreden zijn. Wij stellen ons daarbij altijd open en eerlijk op, en dat wordt gewaardeerd.” Dat blijkt uit de opmerking die ze onlangs van een zorgaanbieder kreeg tijdens een overleg van de werkgroep wonen. “Het is echt een verademing om hiernaar toe te rijden.” Dat komt omdat wij vanuit de bedoeling kijken, en zij voelen dat ze daar een aandeel in hebben.

“De transitie is een gezamenlijke verantwoordelijkheid”

Expertise
In het transitieproces waar de partijen nu in zitten, is het blijven voeren van een goede dialoog cruciaal. “Alles wat we willen aanpassen wat ingrijpend kan zijn, doen we samen met aanbieders. In verschillende werkgroepen vragen we om input, en toetsen de werkbaarheid. We zijn maanden bezig tot er iets uit voortkomt, het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid”, vertelt Darid.
Vorig jaar zijn de partijen een halfjaar lang met elkaar bezig geweest het proces vorm te geven. Darid: “Eerst hebben we de inkoopstrategie in concept opgesteld, en daarna aan de aanbieders voorgelegd. We wilden nadrukkelijk niks zelfstandig vastleggen. Wij weten niet alles, hóeven ook niet alles te weten, de expertise zit bij de aanbieders. Na het vastleggen van de strategie, hebben we een brede aanbiedersbijeenkomst belegd. Daar kwamen 120 jeugdhulpaanbieders op af. In groepen is iedereen aan de slag gegaan om zijn input te geven”. Uit de opbrengst van deze bijeenkomst, is besloten om de inkoop in twee segmenten onder te verdelen en per segment een werkgroep op te richten. ” Voor segment 1 geldt dat de gemeente zelf aanbieders heeft geselecteerd. “We hebben open en transparant aangegeven op basis van welke criteria we dat hebben gedaan”. Bij segment 2 kon iedereen zich inschrijven. In een regionaal woonplan wordt vervolgens vastgelegd welke woonvormen er zijn, waar cliënten behoefte aan hebben en hoe de partijen het met elkaar gaan organiseren.

“Aanbieders kwamen met kritische vragen: dat doen wij toch allang?”

Perspectiefplannen
Wat voor verrassingen leverde de dialoog op? Darid: “Een mooi voorbeeld zijn de perspectiefplannen voor jongeren. Die wilden wij opleggen, omdat we merkten dat jongeren vaak niet weten waar ze aan toe zijn, hoe lang ze ergens moeten zitten en waarom. Maar de aanbieders kwamen met kritische vragen: wat bedoel je precies met die perspectiefplannen? Wij werken allemaal allang met behandelplannen, waarin het perspectief een onderdeel is. Wij vroegen ons vervolgens weer af waardoor het kwam dat het perspectief toch vaak anders wordt ervaren door jongeren zelf. Toen hebben we geconcludeerd dat dat meer met communicatie te maken heeft, dan dat het niet in een plan is opgeschreven. Een perspectiefplan zou in dat geval dus niet helpen voor het onderliggende probleem, daarvoor zullen we toch eerst terug moeten naar de jongeren zelf. Dat nemen we weer mee in het gesprek met de ervaringsdeskundigen.”

“Het resultaat was een tarief waar we ons allebei in konden vinden”

Rug recht
Volgens Darid heeft het succes van de samenwerking voor een belangrijk deel ook te maken met de bestuurders van de tien samenwerkingsgemeenten. “Bij de herijking van de tarieven vorig jaar was de voorlopige uitslag dat wij veel meer voor een begeleidingsproduct moesten betalen, zonder dat we konden uitleggen waarom dat nodig was. Dat zou een financiële ramp voor de gemeenten betekenen. De wethouders hebben ons de opdracht gegeven om in gesprek te gaan met de aanbieders, die begripvol reageerden. Met als resultaat dat we tot een tarief zijn gekomen waar beide partijen tevreden mee kunnen zijn. In plaats van dat de wethouders rücksichtslos twintig procent van de tarieven hebben gehaald, zijn we in gesprek gegaan en hebben ze hun rug recht gehouden, ook richting de eigen gemeenteraad en inwoners. Ze zagen als gezamenlijke gemeenten het belang van de dialoog.”

Meer informatie:

Website inkoop Jeugd en Wmo Helmond en Peelgemeenten
Handreiking Dialoog Inkoop en Aanbesteden Sociaal Domein voor gemeenten en zorgaanbieders

Reacties zijn uitgeschakeld

Close Search Window