Jeugdwet, Praktijkvoorbeelden, Wmo|

Investeren in de relatie tussen zorgaanbieders en gemeenten is cruciaal om de samenwerking voor alle partijen in het sociaal domein tot een succes te maken. Mark van Gessel, accountmanager Jeugd van zorgregio Midden-IJssel/Oost-Veluwe: “Je bent er niet om het elkaar moeilijk te maken, je werkt samen aan hetzelfde doel: goede zorg leveren.”

De opgave: anders leren kijken
Als de contracten voor jeugdhulp, Wmo, maatschappelijke opvang en beschermd wonen zoveel op elkaar lijken, waarom maak je daar dan niet één contract van? Zo dachten ze bij de zorgregio Midden-IJssel/Oost-Veluwe. Het sloot bovendien aan bij de bestuurlijke uitgangspunten die de acht gemeenten uit het samenwerkingsverband (Apeldoorn, Brummen, Epe, Hattem, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen) hadden opgesteld: keuzevrijheid voor inwoners, ruimte voor nieuwe zorgaanbieders, terugbrengen van administratieve lasten en het wegnemen van barrières voor jongeren voor wie op hun achttiende de zorg overgaat naar de Wmo. Voor de samenwerkende gemeenten is de zorgvraag van de cliënt het uitgangspunt. Mark van Gessel, accountmanager Jeugd bij de zorgregio Midden-IJssel-Oost-Veluwe: “Dat vraagt van aanbieders en van toegangen dat ze anders leren kijken. Aanbieders zijn geneigd om vanuit hun eigen aanbod te denken. Ook gemeenten waren daaraan gewend. Terwijl voor ons een vraaggerichte benadering voorop staat.”

Er moest wat gebeuren
Toen Van Gessel in 2014 bij het regioteam kwam werken, waren er contracten met 150 aanbieders. Dat zijn er nu ruim 500. In de 316.000 inwoners tellende regio ontvangen ruim 8.000 cliënten jeugdhulp. Er moest dus wat gebeuren. Met de groei van het aantal aanbieders werden daarom de toelatingscriteria verscherpt, wordt er tussentijds intensiever getoetst en werd het aantal zorgproducten teruggebracht. Dat vraagt veel van de dialoog tussen gemeenten en aanbieders. Zowel tijdens de aanbesteding als tijdens het contractmanagement.

Uit de ivoren toren
Om de gewenste verandering neer te kunnen zetten, is een lange voorbereiding nodig geweest, zegt Van Gessel. “We zijn twee jaar bezig geweest om de huidige contractering te krijgen zoals hij nu is. Na het vaststellen van de bestuurlijke uitgangspunten door de acht wethouders gingen we in gesprek met aanbieders. Daarvoor organiseerden we bijeenkomsten en marktconsultaties met zorgaanbieders. Dus niet vanuit een ivoren toren opereren, maar samen in gesprek gaan en luisteren naar wat aanbieders te zeggen hebben. Soms leverde dat best bezwaren op. Aanbieders waren bijvoorbeeld bang dat we ze zouden afrekenen op resultaten. Terwijl resultaatsturing voor ons inhoudt dat de kwaliteit van zorg goed is, dat cliënten tevreden zijn en tijdig doorstromen. Het gaat ons niet om afrekenen op cijfers, maar we willen wel onze doelen behalen en daarmee de beste zorg garanderen. Het gesprek op zo’n manier voeren, levert begrip op.”

Maar niet alleen aanbieders leren van de gemeente, het werkt ook andersom. “Bij de jeugdzorg wilden we het aantal producten terugbrengen. Daarvoor hadden we een aantal integrale producten ontwikkeld, zoals een behandelproduct voor zowel jeugdhulp als wmo. Aanbieders vonden toen dat we te ver waren gegaan in het terugdringen van producten. Toen hebben we een extra marktconsultatie belegd om te kijken waar de bezwaren zaten. Dat heeft er toe geleid dat we van één naar twee producten zijn gegaan. Ook hebben we samen met de aanbieders bekeken hoe de productomschrijving eruit moest zien.” Volgens van Gessel is het goed om in beweging te blijven: “We zitten niet stil, maar blijven ons (contract) ontwikkelen en kijken daarbij ook naar andere bekostigingsvormen.

“We houden begrip voor elkaars standpunten”

Soms leidt de dialoog niet tot een andere aanpak. Zoals bijvoorbeeld rondom het onderscheid tussen behandeling en begeleiding bij jeugdhulp. “Sommige aanbieders hadden andere verwachtingen; zagen een product als behandeling, terwijl wij het als begeleiding zagen, waar een lager tarief voor geldt. Daar hebben we intensieve gesprekken over gevoerd met aanbieders en ook onze eigen gemeenten, om samen op zoek te gaan naar het knelpunt”, aldus Van Gessel. “Soms wijzigt je aanpak niet, en dat is prima. Doordat we in gesprek blijven, houden we begrip voor elkaars standpunten, ondanks dat we het niet altijd eens zijn met elkaar.”

Duurzame relaties
Het opbouwen en onderhouden van duurzame relaties met aanbieders is voor de regio het uitgangspunt. Ook ná het sluiten van het contract. De dialoog blijft voortdurend aanwezig. Bestuurlijk met portefeuillehoudersoverleggen, ambtelijk met overleggen tussen beleidsadviseurs en financials. En met aanbieders naast de individuele contacten op regiodagen rondom een thema. De periodieke inloopspreekuren zijn onlangs juist afgeschaft. “We kennen elkaar wel”, aldus Van Gessel. “Het contact op andere momenten is er al genoeg.”

Samen met collega-accountmanagers zet Van Gessel zich dagelijks in voor goed contact met de aanbieders. “We investeren volop in de relatie: we gaan bij organisaties langs, spreken met medewerkers en soms ook met cliënten en blijven dus voortdurend in gesprek.” Volgens Van Gessel gaat het om halen en brengen. “Wij spreken uit wat onze verwachtingen zijn, in welke richting wij willen dat het zorglandschap zich ontwikkelt. Maar wij luisteren ook naar de zorgaanbieders: wat hebben zij nodig, waar lopen ze tegenaan, welke verwachtingen hebben ze? Wij zijn er als regio voor en namens gemeenten, maar ook voor en namens aanbieders, we hebben elkaar nodig.”

“Dankzij de goede relatie konden wij een cliënt in een crisissituatie snel plaatsen”

Aanbieders vinden dat heel prettig, aldus Van Gessel. Waar je dat aan merkt? Van Gessel noemt een voorbeeld van een crisissituatie bij een cliënt, waarbij het toegang en gemeente niet was gelukt om de cliënt met spoed te plaatsen. “Mijn collega en ik hebben op basis van de relatie met de aanbieder toch voor elkaar gekregen dat deze cliënt geplaatst is.” Een ander voorbeeld: een grote organisatie in de regio gaf onlangs aan te stoppen met het leveren van zorg. “Binnen een week is het ons gelukt om met andere partijen om tafel te zitten om een oplossing te verzinnen. Dat kan alleen maar als de relatie goed is.” Volgens Van Gessel heeft het geen zin om alleen maar star te zeggen: u voldoet niet aan de eisen, we zeggen de overeenkomst op. “Je kunt ook kijken naar de onderliggende oorzaak en ieders aandeel daarin. Je bent er niet om het elkaar moeilijk te maken, je werkt samen aan hetzelfde doel: goede zorg leveren. Maar tegen partijen die consequent niet voldoen en zich niet aan afspraken houden, treden we wel degelijk hard op, want afspraak is afspraak. En dan zijn partijen niet altijd blij met ons.”

Zorg blijft dichtbij
Ook voor inwoners is de integrale aanpak fijn. De zorg blijft voor hen dichtbij. “In elke gemeente zijn de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG’s) aanwezig. Gemeenten blijven zelf verantwoordelijk voor algemene voorzieningen en het afhandelen van facturen. Aan de achterkant is de bedrijfsvoering wel zo uniform mogelijk gemaakt; de gemeenten voeren een gezamenlijke inkoop, belegd bij het regioteam. Zorgaanbieders bepalen daarentegen zelf voor welke gemeente ze zich inschrijven; ze gaan een contract aan met de gemeente, niet met de regio.

“Leer elkaar kennen”

Vertrouwen
“De jarenlange relatie die we hebben opgebouwd, is de basis van vertrouwen”, zegt Van Gessel. Volgens hem is persoonlijk contact de sleutel om het gezamenlijke doel te bereiken. “Klim niet alleen maar in de mail, zoek elkaar op, bel elkaar. Dat helpt echt!” Tips voor andere gemeenten en aanbieders heeft hij desgevraagd ook. “Leer elkaar kennen, investeer in de relatie en verplaats je in de wereld en belangen van de ander. Spreek je verwachtingen over en weer uit en leg uit waarom je iets doet. Transparantie wekt vertrouwen. En vergeet nooit dat je een gezamenlijk belang hebt.”

Meer informatie:
• Website zorgregio Midden-IJssel/Oost-Veluwe
• Handreiking Dialoog Inkoop en Aanbesteden Sociaal Domein voor gemeenten en zorgaanbieders

 

Reacties zijn uitgeschakeld

Close Search Window